ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3980
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging telefoonabonnement wegens bedreiging en onvoldoende zorgplicht telefoonaanbieder
De zaak betreft een vordering van InVesting tegen [gedaagde] wegens onbetaalde facturen van mobiele telefoonabonnementen bij Telfort. [gedaagde] stelt dat hij onder dwang en bedreiging door een criminele bende is aangezet tot het afsluiten van meerdere abonnementen op zijn naam. Hij beroept zich op vernietiging van de overeenkomst wegens wilsgebrek.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] binnen één uur twee abonnementen heeft afgesloten en dat Telfort onvoldoende zorgplicht heeft betracht door slechts beperkte controles uit te voeren. De rechtbank oordeelt dat Telfort niet zonder meer kan volstaan met controle van identiteit en bankrekening en dat er aanleiding was om nader onderzoek te doen, zeker gezien de leeftijd van [gedaagde] en de korte tijd tussen de contracten.
InVesting kan zich niet beroepen op de bescherming van artikel 3:44 lid 5 BW Pro omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat Telfort geen reden had het wilsgebrek te vermoeden. De overeenkomst wordt vernietigd, waardoor de vordering van InVesting wordt afgewezen. In reconventie wordt InVesting veroordeeld de registratie van [gedaagde] bij Stichting Preventel te herroepen. Een vordering tot schadevergoeding wegens psychisch leed wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De vordering van InVesting wordt afgewezen wegens vernietiging van de overeenkomst; InVesting wordt veroordeeld tot herroeping van de registratie bij Stichting Preventel.