ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3461
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.K. van de Poel
- J.R. van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid en inhoud beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiser, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontvangt en zich in juli 2008 ziek meldde wegens diverse klachten, kreeg per 13 januari 2009 zijn Ziektewet-uitkering beëindigd. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 april 2009 werd afgewezen. Eiser stelde dat hij het bestreden besluit pas op 4 juni 2009 ontving en dat hij ten tijde van het besluit onder bewind stond van een bewindvoerder die haar taken niet naar behoren vervulde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit op de juiste wijze had verzonden, mede omdat eiser de bijbehorende rapportage wel had ontvangen. Gezien de omstandigheden en het functioneren van de bewindvoerder kon eiser niet worden verweten dat hij het beroep niet tijdig had ingesteld, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Medisch onderzoek toonde aan dat eiser geschikt was voor lichte functies, waaronder productiemedewerker industrie, ondanks zijn klachten en medicijngebruik. De door eiser aangevoerde COPD-diagnose en rapportage van de GGD waren niet relevant voor de datum van het besluit. De rechtbank vond het onderzoek zorgvuldig en het beroep ongegrond.
De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak is bindend en kan gevolgen hebben voor een eventueel hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard.