ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2987
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning kap bomen langs A28
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan Rijkswaterstaat Utrecht voor het kappen van circa 900 bomen langs de A28 tussen de Arnhemseweg en het klaverblad Hoevelaken. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de procedure uitsluitend ziet op de vergunning voor het kappen van bomen en niet op de verlegging van de A28 zelf. De vergunninghoudster is niet verplicht om voor beide activiteiten één gecombineerde vergunning aan te vragen. Verzoekster stelde dat de bomen emotionele waarde hebben en dat het gebied een ecologische verbindingszone betreft, maar deze gronden zijn niet opgenomen als weigeringsgrond in de toepasselijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechter concludeert dat de opsomming van weigeringsgronden in de APV limitatief is en dat geen van de aangevoerde gronden voldoet om de vergunning te weigeren. De vergunning is daarom terecht verleend en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen wordt afgewezen.