ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2168
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over vernietiging en schadevergoeding bij onmogelijkheid ongedaanmaking transacties landbouwbedrijf
De rechtbank Utrecht heeft op 26 januari 2011 uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende de vernietiging van verkoopovereenkomsten van een veestapel, melkquotum en bedrijfsgebouwen tussen eiser en gedaagde. De eisers vorderen vernietiging van deze overeenkomsten met verschillende voorwaarden omtrent terugwerkende kracht en schadevergoeding. De rechtbank beoordeelt de gewijzigde eis en benoemt een deskundige voor het vaststellen van fiscale schade.
De rechtbank overweegt dat de veestapel door slachting is verdwenen, waardoor ongedaanmaking feitelijk onmogelijk is en schadevergoeding wegens het verschil tussen marktwaarde en koopprijs toewijsbaar is. Voor het melkquotum wordt de vernietiging zonder terugwerkende kracht gehandhaafd, waarbij het voordeel dat eiser heeft door het niet ongedaan maken in mindering kan worden gebracht op de schade. De bedrijfsgebouwen kunnen ongedaan worden gemaakt, maar gesloopte opstallen kunnen niet worden teruggeleverd; hiervoor is een schadevergoeding vastgesteld.
Gedaagde heeft een beroep gedaan op artikel 6:278 BW Pro om een voorwaarde te verbinden aan de teruglevering van de bedrijfsgebouwen vanwege waardestijging, maar dit beroep wordt afgewezen. De rechtbank bepaalt dat de wettelijke rente toekomt vanaf het moment van gerechtelijke vernietiging. De benoemde deskundige zal onder leiding van een rechter-commissaris onderzoek doen naar de fiscale schade en partijen worden in de gelegenheid gesteld te reageren. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van constitutieve elementen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vernietiging van de overeenkomsten toe met schadevergoeding voor onmogelijkheid ongedaanmaking en benoemt een deskundige voor fiscale schade.