ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1183
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die in een incidentele procedure een voorlopig oordeel had gegeven over de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Utrecht. Verzoeker stelde dat de kantonrechter onpartijdig had gehandeld door vooruit te lopen op de hoofdzaak en de eis van hoor en wederhoor te schenden.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij werd vastgesteld dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Uit de stukken bleek geen persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De rechtbank oordeelde dat het voorlopige oordeel van de kantonrechter in de incidentele procedure geen partijdigheid inhoudt en dat de proceskostenveroordeling in die procedure geen aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en het verzoek tot verwijzing naar de rechtbank Rotterdam werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en het verzoek tot verwijzing naar een andere rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.