Eiseres, een besloten vennootschap, vorderde dat de rechtbank verklaart dat de door De Stichting afgelegde verklaring omtrent derdenbeslag onjuist en onvolledig is. Tevens vorderde zij dat De Stichting een nieuwe, juiste en volledige gerechtelijke verklaring aflegt, openheid van zaken geeft over de gelden ontvangen van de curator in het faillissement van [A] c.s., en een dwangsom wordt opgelegd bij niet-naleving.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet heeft gevorderd dat De Stichting wordt veroordeeld tot betaling of afgifte van hetgeen volgens de rechter aan haar toekomt, waardoor de procedure niet kwalificeert als een verklaringsprocedure ex artikel 477a lid 2 Rv. Hierdoor kon de rechtbank de gevorderde verklaring niet toewijzen. Ook de vordering tot openheid van zaken werd afgewezen omdat niet gesteld of gebleken was dat De Stichting enige toezegging had gedaan om het geld uitsluitend aan faillissementschuldeisers te besteden.
De rechtbank wees ook de vordering tot het opleggen van een dwangsom af en veroordeelde eiseres in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. L. Jongen en op 5 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.