ECLI:NL:RBUTR:2010:BP6206
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken overeenkomst voor drie jaar tussen ouder en KNLTB
De zaak betreft een vordering van de ouder van [A] tegen de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) wegens vermeende wanprestatie. De eiser stelt dat tussen partijen een overeenkomst voor drie jaar is gesloten, waarbij KNLTB faciliteiten zou verschaffen aan [A]. Volgens eiser heeft KNLTB in het derde jaar van deze overeenkomst nagelaten deze faciliteiten te bieden, waardoor schade is ontstaan.
KNLTB voert verweer en betwist dat een driejarige overeenkomst tot stand is gekomen. Zij stelt dat slechts twee overeenkomsten van elk één jaar zijn gesloten voor de seizoenen 2007/2008 en 2008/2009, en dat er geen overeenkomst is voor het seizoen 2009/2010.
De rechtbank beoordeelt de stellingen en concludeert dat eiser onvoldoende heeft gemotiveerd dat een driejarige overeenkomst bestaat. De brief van 5 maart 2007, waarop eiser zich beroept, bevat een toekenning van het LOOT-predicaat voor drie jaar, maar dit predicaat is slechts een voorwaarde voor deelname aan de faciliteiten en vormt geen aanbod tot een driejarige overeenkomst. De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een overeenkomst voor drie jaar tussen partijen.