ECLI:NL:RBUTR:2010:BP1447
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen toedeling strook grond in ruilverkaveling Kromme Rijn afgewezen
In deze zaak betwist reclamant de toedeling van een strook grond in het kader van de ruilverkaveling Kromme Rijn, omdat hij meent dat notarieel vastgelegde afspraken met BBL en een derde partij niet zijn nagekomen. De rechtbank overweegt dat de Landinrichtingscommissie niet gebonden is aan deze contractuele afspraken, omdat deze niet op de lijst van rechthebbenden kunnen worden vermeld en de commissie meerdere belangen moet afwegen.
De rechtbank stelt vast dat de toedeling van de strook grond aan de derde partij een agrarisch belang dient en dat reclamant hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld. Ook het handhaven van een erfdienstbaarheid op het perceel van reclamant is niet onrechtmatig, mede omdat reclamant daartegen geen bezwaar heeft gemaakt tijdens het Plan van Toedeling.
De rechtbank wijst het bezwaar van reclamant af en veroordeelt hem in de proceskosten. Tevens benadrukt de rechtbank dat de contractuele afspraken tussen partijen wel civielrechtelijk afdwingbaar kunnen zijn, maar dat deze procedure zich beperkt tot het handelen van de Landinrichtingscommissie.
Uitkomst: Het bezwaar van reclamant tegen de toedeling van de strook grond en de erfdienstbaarheid wordt ongegrond verklaard.