ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9809
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kuijer
- A.G. van Doorn
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs oplichting en valsheid in geschrift
De rechtbank Utrecht behandelde op 5 november 2010 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van oplichting van een hypotheekverstrekker en valsheid in geschrift, beide samen met een ander gepleegd. De tenlastelegging werd gewijzigd conform artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tijdens de terechtzitting maakten zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten kenbaar. De officier van justitie achtte het bewijs onvoldoende om de feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De verdediging betoogde eveneens dat er onvoldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de oplichting als de valsheid in geschrift.
Het vonnis werd uitgesproken op 19 november 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht, onder voorzitterschap van mr. A. Kuijer, met mr. A.G. van Doorn en mr. P.W.G. de Beer als rechters.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van oplichting en valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs.