ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7569
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens vasthouden mobiele telefoon tussen hoofddoek en oor tijdens autorijden
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het autorijden, terwijl zij stelde dat zij handsfree belde doordat de telefoon tussen haar hoofddoek en oor zat. De officier van justitie handhaafde de sanctie van €160,00 op grond van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
De kantonrechter oordeelde dat het begrip "vasthouden" in artikel 61a RVV 1990 ruim moet worden uitgelegd, zoals blijkt uit de Nota van Toelichting bij het besluit van 4 februari 2002. Dit omvat ook het klemmen van een telefoon tussen oor en hoofddoek, omdat dit afleidt van de verkeerssituatie en het bedienen van de telefoon bemoeilijkt.
De kantonrechter wees erop dat het verbod een absoluut karakter heeft en dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om de sanctie te matigen of te laten vervallen. De klacht tegen de verbalisanten en de twijfel die zij uitten, waren geen grond om het beroep toe te wijzen.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en handhaafde de sanctie van €160,00. De uitspraak werd op 20 december 2010 in het openbaar gegeven door kantonrechter P. Krepel.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €160,00 wordt gehandhaafd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tussen hoofddoek en oor tijdens het rijden.