ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6726
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zorggroep Meditta tegen zorgverzekeraar Achmea inzake integrale bekostiging ketenzorg COPD en CVR
Meditta en Meditta Zorg, zorggroepen die multidisciplinaire ketenzorgprogramma's aanbieden voor COPD en cardiovasculair risicomanagement (CVR), vorderden in kort geding dat zorgverzekeraar Achmea een overeenkomst met hen zou sluiten voor integrale bekostiging van deze zorgprogramma's. Achmea weigerde dit en koos voor een andere bekostigingsmethode, waarbij zij de zorg op reguliere wijze vergoedt met een koptarief bovenop individuele declaraties.
De voorzieningenrechter oordeelde dat zorgverzekeraars niet verplicht zijn ketenzorg tegen een integraal tarief in te kopen en dat Achmea niet onrechtmatig handelde door de onderhandelingen niet voort te zetten. Er was geen sprake van een overeenkomst of zodanig vergevorderde onderhandelingen dat dooronderhandelen verplicht was. Meditta kon geen gerechtvaardigd vertrouwen stellen dat een contract tot stand zou komen.
In reconventie vorderde Achmea een verbod voor Meditta om onjuiste en onzorgvuldige communicatie aan haar verzekerden te doen over het inkoopbeleid van Achmea. De rechtbank oordeelde dat Meditta onrechtmatig handelde door te suggereren dat Achmea haar zorgplicht niet nakomt, wat onjuiste imagoschade veroorzaakt. Daarom werd Meditta verboden deze mededelingen te doen.
De rechtbank wees de vorderingen van Meditta af en veroordeelde haar in de proceskosten, terwijl in reconventie het verbod werd toegewezen en Meditta eveneens in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De vorderingen van Meditta worden afgewezen en Meditta wordt verboden onjuiste communicatie aan verzekerden van Achmea te doen.