ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3999
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige kinderen naar Griekenland wegens ontbreken wijziging gewone verblijfplaats
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot teruggeleiding van drie minderjarige kinderen naar Griekenland op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De vader stelde dat de gewone verblijfplaats van de kinderen was gewijzigd naar Griekenland, terwijl de moeder dit betwistte. De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om aan te tonen dat de moeder zich blijvend in Griekenland wilde vestigen met de kinderen.
De moeder was met de kinderen naar Griekenland vertrokken in een poging het huwelijk te redden, mede vanwege haar zwangerschap van het jongste kind. Na de geboorte keerde zij met de kinderen terug naar Nederland en bleef daar wonen. De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen Nederland is gebleven, ook voor het in Griekenland geboren jongste kind, wiens verblijfplaats gekoppeld is aan die van de moeder.
De Griekse rechter had eerder eveneens geoordeeld dat de gewone verblijfplaats Nederland was en het verzoek van de vader tot terugkeer had afgewezen. De rechtbank Utrecht bevestigde dit oordeel en wees het verzoek tot teruggeleiding af. Tevens bepaalde de rechtbank dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige kinderen naar Griekenland wordt afgewezen omdat hun gewone verblijfplaats Nederland is gebleven.