ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3828
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter en rechters-commissarissen in faillissementszaak
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen een rechter en meerdere rechters-commissarissen in een faillissementsprocedure, stellende dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid en onvoldoende onpartijdigheid vanwege vermeende nauwe samenwerking tussen de rechter en de curator.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro en stelde vast dat de rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders aantonen. Verzoekers konden onvoldoende feiten aandragen die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het enkele feit dat de rechter-commissaris in andere zaken met de curator samenwerkte niet leidt tot een gebrek aan onpartijdigheid in deze zaak. Ook werd geen ontoelaatbaar contact tussen de rechter en curator vastgesteld voorafgaand aan de zitting.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en verzoekers werden niet ontvankelijk verklaard voor zover het verzoek tegen een niet meer aan de rechtbank verbonden rechter was gericht. De procedure werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter en rechters-commissarissen wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor onpartijdigheidstekort.