ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1745
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verkoop lening door bestuurder onderlinge levensverzekeringmaatschappij
Partijen richtten een onderlinge levensverzekeringmaatschappij op en sloten elk een lijfrenteovereenkomst waarbij kapitaal werd ingebracht. Een deel van het kapitaal werd als lening verstrekt aan een aan partijen toebehorende besloten vennootschap (Mocomar). Toen eiser zijn opgebouwde kapitaal wilde opvragen, verkocht gedaagde als bestuurder van de maatschappij de lening aan zichzelf en een Antilliaanse vennootschap tegen een aanzienlijk lagere prijs dan de nominale waarde.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de lening pas in 2016 opeisbaar was of dat er andere risico’s waren die de lagere verkoopprijs rechtvaardigden. Ook had gedaagde eiser om redenen van zorgvuldigheid moeten betrekken bij de verkoop, wat niet is gebeurd. Hierdoor handelde gedaagde onrechtmatig jegens eiser.
De schade werd vastgesteld op het verschil tussen de nominale waarde en de verkoopprijs van de lening, waarbij eiser de helft van dit bedrag toekomt. Daarnaast is vergoeding toegekend voor de schade door de latere uitkering van het pensioen. De vordering tot vergoeding van overige juridische kosten werd afgewezen. De proceskosten werden deels gecompenseerd, met toewijzing van beslagkosten aan eiser.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige verkoop van lening onder de nominale waarde.