ECLI:NL:RBUTR:2010:BN9452
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- J.E. Kruijff-Bronsing
- M.C. Oostendorp
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld aan verkeersongeval met ernstig letsel, wel veroordeling voor verkeersovertreding
Op 5 maart 2009 vond een verkeersongeval plaats op een nat wegdek zonder straatverlichting waarbij de bestuurder, verdachte, de controle over zijn auto verloor en tegen een boom botste. De passagier liep een hoge dwarslaesie op. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte zich zodanig onvoorzichtig of onoplettend had gedragen dat het ongeval aan zijn schuld toe te rekenen was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, namelijk het veroorzaken van het ongeval door schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Wel werd het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaard: het gevaarzetting op de weg door onvoldoende aangepaste snelheid en onvoldoende controle over het voertuig.
De rechtbank legde een geldboete van €1.000,- op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een voorschot van €5.000,- aan immateriële schade aan de benadeelde passagier. De rechtbank hield rekening met de ernst van het letsel en het feit dat verdachte geen contact had gezocht met het slachtoffer na het ongeval.
De verdediging voerde aan dat het donker niet onderzocht was en dat de verklaring van het slachtoffer niet volledig betrouwbaar was. De rechtbank vond echter voldoende bewijs voor de bewezenverklaring van de verkeersovertreding. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank legde een lagere straf op vanwege het niet bewezen zijn van schuld aan het ongeval.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het ongeval maar veroordeeld voor een verkeersovertreding met geldboete en rijontzegging.