ECLI:NL:RBUTR:2010:BN9353
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Utrecht
De verdachte heeft bij de rechtbank Utrecht een wrakingsverzoek ingediend tegen alle leden van de meervoudige strafkamer die zijn zaak behandelden wegens overtreding van de artikelen 310 en 312 Sr. Het verzoek betrof vermeende onjuistheden in het proces-verbaal, het niet opnemen van zijn verweer, en de wijze van behandeling van zijn aanhouding met geweld.
De strafkamer had tijdens een proforma zitting een preliminair verweer van de verdachte verworpen en het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis afgewezen. De verdachte meende dat de strafkamer hierdoor onvoldoende kritisch was en zijn belangen had geschaad, waardoor hij geen vertrouwen meer had in de onpartijdigheid van de rechters.
De rechtbank overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig moet worden vermoed, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Er waren geen feiten of omstandigheden gesteld die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid rechtvaardigden.
De rechtbank kwalificeerde de beslissing van de strafkamer als een procesbeslissing, waartegen bezwaar mogelijk is maar die op zichzelf geen grond vormt voor wraking, tenzij deze onbegrijpelijk is en een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid oplevert. Dit was niet het geval, zodat het wrakingsverzoek werd afgewezen.
De beslissing werd op 14 september 2010 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Utrecht, waarna de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.