ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8870
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrachting van dochter bewezen, echtgenote vrijgesproken; gevangenisstraf opgelegd
De rechtbank Utrecht behandelde op 1 oktober 2010 de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting van zijn echtgenote en seksuele handelingen met zijn dochter. De officier van justitie achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde vanwege onvoldoende bewijs en procedurele bezwaren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het feit van verkrachting van zijn echtgenote, omdat de verklaringen onvoldoende werden ondersteund door objectief bewijs en er geen overtuigend bewijs was van dwang of geweld. Voor het feit met betrekking tot zijn dochter oordeelde de rechtbank echter dat verdachte meermalen seksuele handelingen heeft gepleegd, waarbij hij misbruik maakte van zijn fysieke en psychische overwicht.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de lange periode waarin deze plaatsvonden en het gebrek aan berouw bij verdachte. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer. De rechtbank wees de vordering van de echtgenote af en verklaarde haar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting echtgenote en veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor meervoudige verkrachting van zijn dochter.