ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8411
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Interpretatie en handhaving relatiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
De kantonrechter van de rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen een voormalige werknemer en zijn ex-werkgever over de uitleg en handhaving van een relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. Het beding verbood de werknemer om binnen drie jaar na beëindiging van het dienstverband werkzaamheden te verrichten voor cliënten die ten tijde van het dienstverband cliënt waren van de werkgever.
De werknemer was na zijn vertrek in dienst getreden bij een concurrerende firma en de werkgever stelde dat hij het relatiebeding had overtreden door werkzaamheden te verrichten voor cliënten die onder het beding vielen. De werknemer voerde aan dat het beding niet van toepassing was op ex-cliënten en dat de duur van drie jaar onredelijk lang was.
De rechtbank verwierp het verweer dat ex-cliënten buiten het beding vielen, omdat dit misbruik in de vorm van schijnopzeggingen in de hand zou werken en de ratio van het beding ondermijnt. Ook achtte de rechtbank de duur van drie jaar niet onredelijk, mede gelet op de aard van de werkzaamheden en de vertrouwensrelatie met cliënten.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever bewijs mocht leveren over het aantal overtredingen van het relatiebeding en hield de beslissing over de boete aan. De vordering van de werknemer om het beding te vernietigen of te matigen werd afgewezen. De procedure werd aangehouden voor nadere bewijslevering en beslissing.
Uitkomst: De werkgever krijgt gelegenheid bewijs te leveren over overtreding relatiebeding; vordering werknemer tot vernietiging wordt afgewezen.