ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7143
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot tenuitvoerlegging Nederlandse gevangenisstraf voor invoer softdrugs en deelname criminele organisatie
De rechtbank Utrecht behandelde op 25 juni 2010 het verzoek van de officier van justitie om verlof te verlenen voor de tenuitvoerlegging in Nederland van een gevangenisstraf opgelegd door de Bogarting lagmannsrett in Noorwegen. De veroordeelde, geboren in 1957, is veroordeeld voor invoer van grote hoeveelheden softdrugs en deelname aan een criminele organisatie tot 21 jaar gevangenisstraf.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd, waaronder de Noorse vonnissen, uitleveringsdocumenten en de instemming van de veroordeelde met de overbrenging. Tijdens de zittingen op 30 maart en 11 juni 2010 werd het verzoek besproken met de veroordeelde en zijn raadsman.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen is voldaan en dat er geen beletselen zijn voor tenuitvoerlegging in Nederland.
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de Nederlandse strafrechtelijke maatstaven en de ernst van de feiten, waaronder de invoer en opslag van 2.275 kg hasjiesj en de rol van de veroordeelde als schakel in een criminele organisatie. Gezien de persoonlijke omstandigheden en het feit dat de veroordeelde niet schuldig is bevonden aan invoer van harddrugs, stelde de rechtbank de straf vast op 9 jaar gevangenisstraf met aftrek van reeds doorgebrachte detentie.
Uitkomst: Verlof verleend voor tenuitvoerlegging in Nederland met een gevangenisstraf van 9 jaar.