ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7101
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating concurrente vordering wegens onverschuldigde betaling in faillissement
De curator van het faillissement van een commanditaire vennootschap vordert toelating van een vordering tot een bedrag van EUR 304.950,-- als concurrente schuld in het faillissement van een andere gefailleerde partij. De vordering betreft onverschuldigde betaling door de vennootschap aan de gefailleerde in verband met een grondtransactie in Frankrijk.
De discussie spitst zich toe op de toerekening van de betalingen aan de aankoop van de grond en de vraag of deze betalingen onverschuldigd zijn verricht. De rechtbank concludeert dat de betalingen voor 95% ten behoeve van de gefailleerde waren en dat er geen rechtsgrond voor de betaling bestaat, zodat sprake is van onverschuldigde betaling.
Het verweer van de curator van de gefailleerde dat de vordering moet worden afgewezen wegens eigen schuld of vanwege kracht van gewijsde van een erkende vordering van een andere schuldeiser wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat eigen schuld niet kan worden toegepast bij onverschuldigde betaling en dat de kracht van gewijsde van de erkenning van een andere vordering niet strekt tot het feitencomplex dat aan die vordering ten grondslag ligt.
De vordering wordt daarom toegewezen tot het gevorderde bedrag en de wederpartij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot toelating als concurrente schuldeiser wordt toegewezen tot EUR 304.950,-- met veroordeling in proceskosten.