ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6439
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen zonder financiële voorziening
De werknemer was sinds 1980, met onderbrekingen, in dienst van de werkgever en werd in 2008 op basis van bedrijfseconomische redenen ontslagen. De werkgever had de arbeidsovereenkomst onregelmatig opgezegd en bood parttime werk aan, wat de werknemer aanvankelijk weigerde. De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, onbetaalde reiskostenvergoeding, winstuitkering en vakantiebijslag.
De werkgever betwistte de vordering en stelde dat het ontslag terecht was vanwege de economische recessie en dat de werknemer niet passend werk had geaccepteerd. De rechtbank stelde vast dat het ontslag onregelmatig was, maar dat dit op zichzelf niet tot kennelijke onredelijkheid leidt. Wel oordeelde de rechtbank dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de werkgever geen financiële voorziening had getroffen, terwijl de werknemer vanwege zijn leeftijd en beperkte arbeidsmarktpositie ernstig nadeel leed.
De rechtbank bepaalde de schadevergoeding op € 25.000,-- en wees ook de resterende reiskostenvergoeding, winstuitkering over 2007 en 2008 en vakantiebijslag toe. De vordering van de werkgever tot betaling van stallingkosten werd afgewezen. De procedurekosten werden aan de zijde van de werknemer toegewezen.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van € 25.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en overige vergoedingen.