ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6429
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag van timmerman met gezondheidsproblemen
De werknemer, een timmerman, was van 2003 tot 2009 in dienst bij een bouwbedrijf dat vanwege bedrijfseconomische omstandigheden personeel moest inkrimpen. Het bedrijf leed verliezen door de economische crisis en vroeg toestemming aan het UWV voor ontslag van acht werknemers, waaronder de eiser. Ondanks het verkrijgen van nieuwe opdrachten na het ontslag, oordeelde het UWV dat het ontslag gegrond was.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege zijn slechte arbeidsmarktpositie door zijn leeftijd (57 jaar) en een ernstige ziekte (blaaskanker), en dat het bedrijf onvoldoende rekening hield met de gevolgen voor hem. Het bedrijf betwistte dit en stelde dat het ontslag noodzakelijk was en dat het afspiegelingsbeginsel correct was toegepast.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel het ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen terecht was, het niet treffen van enige financiële voorziening voor de werknemer gezien zijn precaire positie en gezondheidstoestand in strijd was met goed werkgeverschap. De schadevergoeding werd vastgesteld op €15.000, waarbij rekening werd gehouden met de verwachte inkomens- en pensioenschade. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €15.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.