ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5518
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij aanrijding tussen fietser en automobilist met aan opzet grenzende roekeloosheid
Op 11 januari 2009 vond een verkeersongeval plaats op de Utrechtseweg te Zeist tussen een fietser en een automobilist. De fietser stak op een verboden plek over, terwijl de automobilist naderde. De fietser was onder invloed van alcohol. De automobilist kon de aanrijding niet meer voorkomen.
De eiser stelde de verzekeraar van de automobilist aansprakelijk voor materiële en immateriële schade. De verzekeraar voerde overmacht aan, maar de rechtbank verwierp dit beroep omdat de gedragingen van de fietser niet zo onwaarschijnlijk waren dat de automobilist er geen rekening mee hoefde te houden.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van aan opzet grenzende roekeloosheid van de fietser, waardoor de 50%-regel niet van toepassing was. De schadeverdeling werd daarom beoordeeld volgens de gewone regels van artikel 6:101 BW Pro. De rechtbank wees 90% van de schuld toe aan de fietser en 10% aan de automobilist.
Echter, vanwege de Betriebsgefahr en het ernstige letsel van de fietser, werd een billijkheidscorrectie toegepast, waardoor de fietser 80% van de schade draagt en de verzekeraar van de automobilist 20%. De vordering tot schadevergoeding werd daarom deels toegewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van 20% van de schade van de fietser wegens aan opzet grenzende roekeloosheid van de fietser.