ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2769
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Bender
- M.P. Gerrits-Janssens
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontucht minderjarige dochter
De rechtbank Utrecht behandelde op 13 juli 2010 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verkrachting en ontucht met zijn minderjarige dochter in de periode van 22 februari tot en met 5 maart 2008. De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van de moeder van het slachtoffer en de verdachte zelf. De verdediging voerde aan dat het niet vaststaat wat er precies is gebeurd en dat de verklaring van verdachte bij de politie onrechtmatig is verkregen omdat hij niet voorafgaand aan het verhoor een advocaat kon raadplegen.
De rechtbank constateerde een vormverzuim omdat verdachte niet voorafgaand aan het eerste politieverhoor was gewezen op zijn recht op advocaat, zoals vereist volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad. Desondanks achtte de rechtbank de verklaring van verdachte op de terechtzitting, die overeenkomt met zijn eerdere verklaring, betrouwbaar genoeg om geen consequenties te verbinden aan het vormverzuim.
De verklaring van de moeder van het slachtoffer werd als een getuigenverklaring van horen zeggen beoordeeld en onvoldoende geacht om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Het slachtoffer zelf was niet gehoord door deskundigen, waardoor niet onomstotelijk vaststond dat het strafbare feit had plaatsgevonden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en een vormverzuim zonder gevolgen.