ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2269
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen in eetcafé
Eiseres, een stichting die een eetcafé exploiteert, kreeg een bestuurlijke boete van €24.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door drie vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Eiseres voerde aan dat zij geen werkgever was omdat de vreemdelingen vrijwilligerswerk deden en dat de boete onredelijk hoog was gezien haar ideële doelstellingen, het ontbreken van financieel voordeel en de bekendheid van de situatie bij de gemeente Utrecht en Tweede Kamerleden. De rechtbank oordeelde dat het begrip werkgever in de Wav ruim is en dat het feitelijk laten verrichten van arbeid, ook onbetaald, vergunningplichtig is. Eiseres had zich moeten realiseren dat zij de vergunningplicht moest nagaan.
De rechtbank vond geen sprake van verminderde verwijtbaarheid of ernst die matiging van de boete rechtvaardigen. Wel werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, waardoor de boete met 5% werd verminderd. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en bepaalde de boete op €22.800. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de boete van €24.000 naar €22.800 wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling.