ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0936
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Z.J. Oosting
- A. Kuijer
- D.J.A. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens vondeling leggen pasgeboren kind
De rechtbank Utrecht heeft bewezen verklaard dat verdachte haar anderhalve dag oude kind te vondeling heeft gelegd nabij een ziekenhuis in Utrecht. Verdachte had geen medische hulp gezocht en legde het kind, dat volledig afhankelijk was van zorg, hulpeloos achter in het gras. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de moeder is en dat zij het kind uit eigen beweging heeft achtergelaten zonder zich ervan te vergewissen dat het gevonden zou worden.
De rechtbank concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een neurotische problematiek en een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarde werd opgelegd dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland, inclusief het ondergaan van ambulante psychotherapeutische behandeling.
De rechtbank wees het verweer af dat verdachte uit vrees voor ontdekking van de bevalling handelde, aangezien er ruim anderhalve dag zat tussen geboorte en vondeling leggen, waarin verdachte kon nadenken. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoonlijke situatie van verdachte. De rechtbank benadrukte dat verdachte andere keuzes had kunnen maken en dat de kans op herhaling aanwezig is zonder behandeling.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders ten laste was gelegd. De straf is opgelegd met het oog op bescherming van het kind en het belang van behandeling van verdachte om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en verplichte reclasseringsbegeleiding.