ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0050
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Maanen
- R.P. den Otter
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens niet-naleving vervolgingstermijn
Verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder mishandeling van een hoofdagent, belediging van verbalisanten, bedreiging met zware mishandeling en vernieling van eigendommen. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 6 april 2010.
De verdediging voerde een preliminair verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat niet was voldaan aan de wettelijke termijn voor het nemen van een vervolgingsbeslissing, zoals bepaald in artikel 244, eerste lid, WvSv. Tevens werd aangevoerd dat de kennisgeving van verdere vervolging niet tijdig en op juiste wijze was betekend aan verdachte.
De rechtbank stelde vast dat uit het dossier niet kon worden afgeleid dat de kennisgeving van verdere vervolging op correcte wijze was betekend. De akte van betekening was onduidelijk en er ontbrak een originele akte. Het openbaar ministerie kon niet aantonen dat de betekening aan verdachte persoonlijk had plaatsgevonden, zoals vereist. Hierdoor werd het verweer van de verdediging gegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte en wees het verweer dat de dagvaarding nietig zou zijn af omdat dit niet kon worden bewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van A. van Maanen en rechters R.P. den Otter en M.H.L. Schoenmakers.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig en correct betekenen van de kennisgeving van verdere vervolging.