ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9943
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling wegens niet-toewijzing betalingsregeling schadevergoedingsmaatregel
Eiser is in vervangende hechtenis gesteld vanwege onbetaalde schadevergoedingsmaatregelen ter hoogte van EUR 6.192,00. Hij verzocht om een betalingsregeling waarbij hij een eenmalige betaling van EUR 1.500,00 en een maandelijkse betaling van EUR 250,00, eventueel op te hogen naar EUR 500,00, zou doen. Het CJIB wees dit verzoek af wegens eerdere niet-nakoming van een betalingsregeling en onvoldoende zekerheid dat het bedrag binnen een redelijke termijn zou worden voldaan.
De rechtbank overweegt dat het wettelijke stelsel en de beleidsregels van het CJIB bepalen dat betalingsregelingen slechts onder bijzondere omstandigheden worden toegestaan, zeker wanneer de vervangende hechtenis reeds is aangevangen. Eiser stelde dat hij als bedrijfsleider bij een café inkomen zou genereren, maar dit werd onvoldoende aannemelijk geacht vanwege de onzekere financiële situatie van het café en het ontbreken van nieuwe feiten die een bijzondere omstandigheid zouden vormen.
De rechtbank concludeert dat het CJIB de betalingsregeling niet in redelijkheid hoefde te honoreren en dat het verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling daarom moet worden afgewezen. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de Staat.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden voor het honoreren van de betalingsregeling.