ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9225
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet-inschrijving van kinderen op school ondanks holistische levensovertuiging
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte werd vervolgd wegens het niet inschrijven van zijn drie minderjarige kinderen op een school, in strijd met de Leerplichtwet 1969. Verdachte beriep zich op een vrijstelling vanwege zijn holistische levensovertuiging, die volgens hem het recht op thuisonderwijs rechtvaardigde.
De kantonrechter oordeelde dat de bezwaren van verdachte niet gericht waren tegen de richting van het onderwijs zoals bedoeld in de wet, maar tegen de pedagogische organisatie van de school. Dit valt niet onder de vrijstellingsgrond van artikel 5 van Pro de Leerplichtwet 1969. Daarnaast werd geoordeeld dat artikel 8, tweede lid, van de Leerplichtwet 1969, dat een eenmaal gemaakte schoolkeuze definitief maakt, buiten toepassing moet worden gelaten vanwege strijd met het EVRM.
De rechtbank verwierp het verweer van verdachte en verklaarde hem schuldig aan driemaal overtreding van artikel 2 eerste Pro lid van de Leerplichtwet 1969. Ondanks het pleidooi van de officier van justitie voor vrijspraak, legde de kantonrechter een geheel voorwaardelijke geldboete van € 200 per overtreding op, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Het vonnis benadrukt dat het recht op onderwijs gewaarborgd moet zijn en dat het niet inschrijven van kinderen op een school een strafbare feit oplevert, ook als de ouder een alternatieve levensovertuiging aanhangt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot driemaal een geldboete van € 200 wegens overtreding van de Leerplichtwet 1969.