ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8973
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling lening uit nalatenschap onder testamentair bewind
De moeder van eiser overleed in 1986 en stelde haar nalatenschap onder testamentair bewind met benoeming van een bewindvoerder. Eiser stelt dat de bewindvoerder geld van hem heeft geleend, wat blijkt uit een vermelding in diens belastingaangifte. Na het overlijden van de bewindvoerder vordert eiser van diens echtgenote en erfgename terugbetaling van het bedrag.
De rechtbank oordeelt dat als de lening betrekking heeft op het onder bewind gestelde vermogen, eiser niet ontvankelijk is op grond van artikel 4:173 BW Pro, omdat alleen de bewindvoerder de nalatenschap kan vertegenwoordigen. Voor zover de vordering betrekking heeft op ander vermogen, wijst de rechtbank de vordering af wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van de lening, geen wilsovereenstemming en geen geldstroom.
De exceptio plurium litis consortium van de echtgenote wordt verworpen omdat de vordering tegen haar zelfstandig kan worden behandeld. De vrijwaringsvordering wordt afgewezen omdat de vrijwaring niet ziet op aanspraken uit een geldlening. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling lening afgewezen wegens onvoldoende bewijs en niet ontvankelijkheid voor bewindvermogen.