ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8138
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belediging christenen en veroordeling aanzetten tot geweld tegen kerk
Op 8 april 2009 hingen achter de ramen van de woning van verdachte in Mijdrecht meerdere posters en tekeningen die onder andere een kerk in brand stelden met de tekst 'burn the'. Verdachte bekende het ophangen van deze afbeeldingen met de bedoeling kritiek te uiten op het instituut van de christelijke kerk.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze afbeeldingen door anderen als een oproep tot het in brand steken van een kerk konden worden opgevat. Hoewel verdachte verklaarde dat het niet zijn bedoeling was om daadwerkelijk tot brandstichting aan te zetten, achtte de rechtbank bewezen dat hij willens en wetens deze aanmerkelijke kans accepteerde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van belediging van christenen, omdat de uitlatingen zich richtten op de godsdienst en niet op de aanhangers daarvan. Wel werd verdachte veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit van aanzetten tot gewelddadig optreden tegen goederen van mensen wegens hun godsdienst, zoals bedoeld in artikel 137d Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank achtte de strafrechtelijke vervolging proportioneel en noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van de rechten van anderen en de openbare veiligheid. Verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €250 met een proeftijd van twee jaar, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis van vijf dagen kan worden opgelegd.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van belediging christenen en veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete voor aanzetten tot geweld tegen kerkgebouwen.