ECLI:NL:RBUTR:2010:BM7145
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter schorst besluit KNVB tot verplaatsing bekerfinale Quick 20
Quick 20, een amateurvoetbalvereniging, had de bekerfinale district Oost gepland op haar hoofdveld. Na groot onderhoud aan het hoofdveld besloot Quick 20 de finale te verplaatsen naar veld 3. De KNVB verplaatste daarop de finale naar het terrein van HSC’21 in Haaksbergen op een latere datum. Quick 20 vorderde schorsing van dit besluit en het spelen van de finale op haar terrein.
De KNVB stelde dat een hoofdveld vereist was vanwege orde en veiligheid en dat het plannen van een nieuwe datum lastig was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bekerreglement niet voorschrijft dat de finale op een hoofdveld moet worden gespeeld, tenzij de veiligheid in het geding is. Dit was niet aannemelijk gemaakt door de KNVB. Tevens had de KNVB niet tijdig overleg gevoerd met Quick 20 over de veiligheid.
De belangenafweging wees uit dat Quick 20 zwaar getroffen werd door het besluit en dat het nog mogelijk was een nieuwe datum te bepalen zonder de reglementaire termijn te schenden. Daarom werd het besluit van de KNVB geschorst en werd bepaald dat de finale op 2 juni 2010 op het terrein van Quick 20 moet plaatsvinden, met behoud van het recht van de KNVB om bij concrete veiligheidsproblemen een andere locatie aan te wijzen.
Uitkomst: Het besluit van de KNVB tot verplaatsing van de bekerfinale wordt geschorst en de finale moet op 2 juni 2010 op het terrein van Quick 20 worden gespeeld.