ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5867
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boekhouder erkent verduistering en vaststellingsovereenkomst niet vernietigbaar
De zaak betreft een boekhouder die jarenlang gelden verduisterde van zijn werkgever, een makelaarskantoor. Na ontdekking van de onregelmatigheden werd de werknemer op staande voet ontslagen en werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de werknemer erkende het verduisterde bedrag te zullen terugbetalen. De werknemer stelde de overeenkomst nietig en vernietigbaar wegens strijd met de goede zeden, wilsgebreken, dwaling en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst niet in strijd is met de goede zeden en dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden de overeenkomst had gesloten. De werknemer had voldoende tijd gehad om zich te beraden en juridische bijstand te zoeken. Ook was niet gebleken dat hij door zijn geestelijke toestand niet in staat was zijn wil te bepalen.
De vorderingen van de werknemer tot vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van de verkoopopbrengsten van zijn eigendommen werden afgewezen. De werkgever kreeg in reconventie toegewezen dat de werknemer een bedrag van €755.621,88 moet betalen wegens verduistering van gelden, gebaseerd op een onderzoek en erkende verklaringen van de werknemer. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering werknemer afgewezen; werknemer veroordeeld tot betaling van €755.621,88 wegens verduistering.