ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5866
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt geldige opzegging servicepartnerovereenkomsten in autobranche conform Verordening 1400/2002
Op 19 juni 2006 sloten eiseres en gedaagde drie servicepartnerovereenkomsten voor de merken Audi, Volkswagen en Volkswagen Bedrijfswagen. Gedaagde zegde deze overeenkomsten op 15 en 22 februari 2008 op met inachtneming van een opzegtermijn van twee jaar, met als reden dat eiseres nieuwe voertuigen aanbood alsof zij een erkend dealer was.
Eiseres stelde dat zij slechts als tussenpersoon optrad bij de verkoop van nieuwe auto's, wat volgens haar is toegestaan onder Verordening 1400/2002. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de opzegging voldoende gemotiveerd was en dat het servicepartners niet is toegestaan nieuwe voertuigen te verkopen.
De rechtbank beoordeelde of de opzegging standhield gelet op de motiveringseis en de bepalingen van Verordening 1400/2002. De rechtbank oordeelde dat gedaagde de opzegging rechtsgeldig had gemotiveerd en dat de opzegtermijn was nageleefd. Het ontbreken van een expliciet verbod op verkoop van nieuwe voertuigen in de overeenkomsten deed hieraan niet af.
De rechtbank verwierp de vorderingen van eiseres tot nietigverklaring van de opzegging en nakoming van de overeenkomsten. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee bevestigde de rechtbank dat reguliere opzeggingen door distributeurs in de autobranche mogelijk zijn zonder dat een gedraging die niet beperkt mag worden volgens Verordening 1400/2002 is vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de opzegging van de servicepartnerovereenkomsten rechtsgeldig en wijst de vorderingen van eiseres af.