ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5299
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming erkenning en gezamenlijk gezag minderjarige
De rechtbank Utrecht heeft kennisgenomen van een verzoek dat door de rechtbank te ’s-Gravenhage was verwezen, waarbij toestemming werd gevraagd voor de erkenning van een minderjarige en de vaststelling van gezamenlijk gezag.
De vrouw stelde dat de rechtbank Utrecht onbevoegd was op grond van artikel 265 Rv Pro, maar de rechtbank oordeelde dat zij gebonden was aan de verwijzing door de rechtbank te ’s-Gravenhage conform artikel 270 lid 3 Rv Pro. Daarom is de rechtbank Utrecht bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
De rechtbank benoemde een bijzondere curator voor de minderjarige en hield de verdere behandeling aan in afwachting van het verslag van deze curator en de reacties van partijen.
Uiteindelijk wees de rechtbank het verzoek van de vrouw tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te ’s-Gravenhage af en bevestigde haar eigen bevoegdheid om de zaak te behandelen.
Uitkomst: De rechtbank Utrecht wijst het verzoek tot verwijzing naar de rechtbank te ’s-Gravenhage af en bevestigt haar bevoegdheid om de zaak te behandelen.