ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5022
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E.M. Kranenbroek
- H.A. Gerrits
- G. Perrick
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij bijstandsfraude na schending Salduz-recht
De rechtbank Utrecht behandelde op 14 april 2010 een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het profiteren van bijstandsfraude gedurende meer dan zes jaar. Verdachte werd ervan beschuldigd voordeel te hebben getrokken uit de bijstandsuitkering van de persoon met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde.
Tijdens de terechtzitting was verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsman wel. De verdediging voerde aan dat het recht op een eerlijk proces was geschonden omdat verdachte niet voorafgaand aan zijn eerste verhoor een advocaat kon raadplegen, een schending van het Salduz-arrest. Hierdoor moest de bekennende verklaring van 29 januari 2009 worden uitgesloten van het bewijs.
De officier van justitie erkende de schending maar stelde dat er voldoende ander wettig bewijs was om tot een veroordeling te komen. De rechtbank oordeelde echter dat zonder de bekennende verklaring onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig was om de tenlastelegging te bewijzen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van bijstandsfraude. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs na uitsluiting van de bekennende verklaring wegens schending Salduz-recht.