ECLI:NL:RBUTR:2010:BM4456
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietige verdeling nalatenschap wegens ontbreken betrokkenheid ex-echtgenoot bij gemeenschap van goederen
De nalatenschap van mevrouw [A] is op 5 mei 2002 opengevallen. Haar kinderen, broer en zus, zijn de enige erfgenamen. De zus was gehuwd in gemeenschap van goederen met haar ex-echtgenoot, die op het moment van de verdeling nog niet betrokken was bij de verdelingsovereenkomst. De verdelingsovereenkomst werd op 24 maart 2009 opgesteld, nadat de huwelijksgemeenschap was ontbonden.
De rechtbank oordeelt dat het aandeel in de nalatenschap dat in de huwelijksgemeenschap viel, ook het eigendom van de ex-echtgenoot is geworden. Omdat hij niet heeft meegewerkt aan de verdeling, is de overeenkomst nietig op grond van artikel 3:195 BW Pro. De feitelijke verdeling vond plaats na ontbinding van de huwelijksgemeenschap, waardoor de ex-echtgenoot mede het beheer over het aandeel heeft.
Daarom kan geen geldige verdeling worden aangenomen en zijn de vorderingen wegens onderbedeling van de broer afgewezen. De rechtbank adviseert partijen gezamenlijk een notaris te raadplegen om een geldige verdeling te bewerkstelligen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen wegens onderbedeling af omdat de verdelingsovereenkomst nietig is wegens ontbreken van betrokkenheid van de ex-echtgenoot.