ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1305
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in familierechtelijke ondertoezichtstelling
Verzoekster heeft mr. X, kinderrechter bij de rechtbank Utrecht, gewraakt vanwege vermeende vooringenomenheid in eerdere beslissingen over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. Zij stelde dat mr. X besliste op basis van stukken die haar niet waren toegezonden, zittingen niet tijdig hield en fundamentele rechten schond.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek ontvankelijk was en dat het verzoek inhoudelijk beoordeeld kon worden ondanks dat de hoofdprocedure nog niet was aangevangen. Toetsing vond plaats aan artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
De rechtbank stelde vast dat het gebruikelijk is dat dezelfde kinderrechter betrokken blijft bij opeenvolgende beslissingen over dezelfde minderjarige. De vermeende tekortkomingen bij de 'pro forma' verlengingen van de ondertoezichtstelling in juni 2008 waren volgens de rechtbank gerechtvaardigd door procedurele noodzaak en niet indicatief voor partijdigheid.
Ook de latere verlengingsbeschikking van 1 augustus 2008, die door het gerechtshof als procedurefout was aangemerkt, bood geen grond voor wraking. De overige klachten over de wijze van besluitvorming konden de onpartijdigheid van mr. X niet aantasten. Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de hoofdprocedure voortgezet wordt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kinderrechter mr. X wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.