ECLI:NL:RBUTR:2010:BL9341
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over onrechtmatig handelen en onverschuldigde betaling bij beleggingsrekeningen
De zaak betreft een geschil tussen de Bank en rekeninghouders die beleggingsrekeningovereenkomsten sloten met de Bank, waarbij aanzienlijke debetstanden ontstonden. De Bank vorderde betaling wegens tekortkomingen, terwijl rekeninghouders zich beroepen op vernietiging van rekeningen en onverschuldigde betaling.
De rechtbank overweegt dat de vernietiging van bepaalde beleggingsrekeningen kracht van gewijsde heeft en dat de Bank daardoor geen nakoming kan vorderen. De Bank heeft onvoldoende feiten gesteld om onrechtmatig handelen van rekeninghouders aan te tonen, waardoor haar vorderingen worden afgewezen. De rekeninghouders vorderen terugbetaling van stortingen op vernietigde rekeningen, wat de rechtbank in beginsel toewijst.
De rechtbank wijst ook toe dat de Bank de saldocompensatie onaanvaardbaar toepaste en deze dient te worden teruggedraaid. Vorderingen wegens schadevergoeding wegens weigering verkoop effecten en schending zorgplicht worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Bank wordt veroordeeld tot betaling aan [gedaagde sub2] van EUR 176.416,21 met rente, terwijl haar vorderingen worden afgewezen.