ECLI:NL:RBUTR:2010:BL7887
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging huurovereenkomst ligplaats woonark zonder zwaarwegende grond niet rechtsgeldig
In deze zaak stond de opzegging van een huurovereenkomst voor een stuk grond bij een ligplaats van een woonark centraal. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd met het argument van een zwaarwegend financieel belang en het niet bereiken van overeenstemming over een nieuwe huurovereenkomst. De rechtbank overwoog dat het gestelde financieel belang onvoldoende was onderbouwd en dat de wens om het gehuurde te verkopen niet als zwaarwegend kon worden aangemerkt, zeker gezien het woonbelang van de huurder.
Het voorstel van de verhuurder tot een nieuwe huurovereenkomst werd niet als redelijk beoordeeld, omdat dit voorstel tevens de beëindiging van de huurovereenkomst inhield terwijl de huurder het gehuurde nodig had om bij zijn woonark te komen. De rechtbank stelde dat de huurprijswijziging in deze procedure niet aan de orde kon komen en wees de vorderingen van de verhuurder af.
Daarnaast stelde de huurder dat de huurovereenkomst een indeplaatsstellingsbeding bevatte, waardoor bij overdracht van het woonschip de nieuwe eigenaar de huurovereenkomst zou voortzetten. De rechtbank oordeelde dat de huurder dit niet had bewezen en dat er geen plaatselijke gewoonte bestond die dit beding impliceerde.
De rechtbank veroordeelde de verhuurder tot betaling van proceskosten aan de huurder en verklaarde de opzeggingen van 2002 en 2005 zonder rechtsgevolg. De huurovereenkomst bleef van kracht voor onbepaalde tijd tegen de oude huurprijs.
Uitkomst: De opzegging van de huurovereenkomst is niet rechtsgeldig verklaard en de huurovereenkomst blijft van kracht voor onbepaalde tijd tegen de oude huurprijs.