ECLI:NL:RBUTR:2010:BL6615
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- N.E.M. Kranenbroek
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en handel in beschermde vogels met vervalste pootringen
De rechtbank Utrecht behandelde op 3 maart 2010 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk in bezit hebben en verhandelen van beschermde vogels en het gebruik van vervalste pootringen. Het onderzoek toonde aan dat verdachte op 10 december 2007 meerdere beschermde vogels in zijn woning had, waarvan een deel voorzien was van vervalste of ongeldige pootringen.
De verdediging stelde dat er sprake was van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, waaronder onrechtmatige observaties en het ontbreken van machtigingen voor afluistering en opvragen van gegevens, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van doelbewuste of grove schendingen van procesregels en verklaarde het OM ontvankelijk.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte bewust beschermde vogels met vervalste pootringen in voorraad had en deze ten verkoop aanbood. De kruisingen van vogels werden vrijgesproken omdat deze als gefokt werden beschouwd en niet onder de overtreding vielen. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, en een geldboete van €1.000,- met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, en een geldboete van €1.000,- wegens bezit en handel in beschermde vogels met vervalste pootringen.