ECLI:NL:RBUTR:2010:BL5183
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring voorzieningenrechter wegens arbitragebeding in samenwerkingsovereenkomst gemeente Abcoude en ontwikkelaars
De gemeente Abcoude vorderde in kort geding dat Memid c.s. en De Lage Wal de koop van een perceel grond en nakoming van diverse overeenkomsten zouden afdwingen. Memid c.s. en De Lage Wal voerden verweer en stelden dat de voorzieningenrechter onbevoegd was vanwege een arbitragebeding in de samenwerkingsovereenkomst van 18 juni 2001.
De kern van het geschil betrof de vraag of een definitieve realisatieovereenkomst tot stand was gekomen. De gemeente stelde dat dit het geval was, terwijl Memid c.s. en De Lage Wal betoogden dat er geen overeenstemming was bereikt over essentiële onderdelen, zoals de primaire contractspartij en het moment van levering en betaling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen definitieve overeenkomst was gesloten en dat het geschil volgens het arbitragebeding in de samenwerkingsovereenkomst aan arbitrage had moeten worden voorgelegd. Daarom verklaarde hij zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil. Tevens werd geoordeeld dat de gemeente onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond.
De vorderingen tegen Memid c.s. werden afgewezen en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering in voorwaardelijke reconventie behoefde geen verdere behandeling omdat de voorwaarde niet was vervuld.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd vanwege arbitragebeding en wijst de vorderingen af.