ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4274
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot rechtshulp voor overdracht inbeslaggenomen stukken aan Belgische autoriteiten
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek ex artikel 552p, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, ingediend door de rechter-commissaris, om verlof te verlenen voor het ter beschikking stellen van inbeslaggenomen stukken aan de officier van justitie, zodat deze de stukken kan overdragen aan de verzoekende Belgische autoriteiten. Het verzoek is onderdeel van een internationaal rechtshulpverzoek in een strafzaak tegen een verdachte die wordt verdacht van bezit, aanschaf en verkoop van grote hoeveelheden hasjiesj en cocaïne in vereniging van misdadigers.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het Europees verdrag betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, de Schengen Uitvoeringsovereenkomst en het Benelux-verdrag inzake uitlevering en rechtshulp. De rechtbank stelde vast dat het verzoek was gedaan door een bevoegde autoriteit en uitsluitend diende voor waarheidsvinding in het strafrechtelijk onderzoek, zonder andere motieven.
De officier van justitie stemde in met het verzoek. De rechtbank oordeelde dat aan alle voorwaarden was voldaan en verleende het gevraagde verlof onder de voorwaarde dat de stukken na gebruik voor de strafvordering worden teruggezonden. Hiermee werd voldaan aan artikel 552p, derde lid, Wetboek van Strafvordering.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Utrecht op 9 februari 2010, waarbij de rechters L.E. Verschoor-Bergsma, M.A.A.T. Engbers en B.P.L. de Vries het verzoek toewijzen.
Uitkomst: Verlof verleend voor overdracht van inbeslaggenomen stukken aan Belgische autoriteiten onder voorwaarde van terugzending.