ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3609

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
10 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
261553 / FA RK 09-531
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:24 lid 1 BWArt. 1:7 lid 2 BWArt. 1:5 lid 10 BWArt. 5 Wet Conflictenrecht Namen
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering geboorteaktes met voorlopige geslachtsnamen voor kinderen met onbekende nationaliteit

De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verbetering van de geboorteaktes van twee minderjarige kinderen met onbekende nationaliteit. Omdat de nationaliteit van de kinderen onbekend is, is op grond van artikel 5 van Pro de Wet Conflictenrecht Namen Nederlands recht van toepassing op de naamgeving. Het Nederlandse recht kent echter geen namenreeks zoals de vader die heeft, waardoor de kinderen zonder geslachtsnaam zouden worden geregistreerd.

De ambtenaar van de burgerlijke stand stelde daarom voor om voorlopige geslachtsnamen toe te kennen, die later definitief kunnen worden gemaakt bij Koninklijk Besluit of naturalisatie. De moeder gaf tijdens de zitting aan de voorkeur te geven aan registratie met voor- en geslachtsnaam, conform de Nederlandse gewoonte.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen is om hen niet zonder geslachtsnaam te registreren en stelde daarom voorlopige voor- en geslachtsnamen vast. Tevens werden verbeteringen in de geboorteaktes van de moeder en ouders doorgevoerd. De beschikking werd op 10 februari 2010 uitgesproken door de kinderrechter.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en gelast verbetering van de geboorteaktes met voorlopige voor- en geslachtsnamen voor de kinderen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rekestnummer: 261553 / FA RK 09-531
verbetering akte burgerlijke stand
Beschikking van 10 februari 2010
in de zaak van
DE OFFICIER VAN JUSTITIE,
betreffende
[kind 1] en [kind 2],
respectievelijk geboren op [2006] te [geboorteplaats 1] en op [2008] te [geboorteplaats 2],
met als overige belanghebbende(n)
DE AMBTENAREN VAN DE BURGERLIJKE STAND,
gemeenten [woonplaats 2] en [woonplaats 1],
[naam vader],
en
[naam moeder],
echtelieden,
wonende te [woonplaats 2],
nader te noemen de vader respectievelijk de moeder, dan wel gezamenlijk de ouders.
1. Verdere verloop van de procedure
1.1. Op 10 juni 2009 heeft de rechtbank een eerdere (tussen)beschikking gegeven tussen partijen. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.
1.2. De rechtbank heeft kennis genomen van de nadien ingekomen stukken, waaronder: - een brief d.d. 9 juli 2009 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 2];
- een brief d.d. 28 oktober 2009 van de officier van justitie;
- een faxbericht d.d. 14 januari 2009 van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 1].
1.3. De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 14 januari 2010.
2. Vaststaande feiten
Hiervoor wordt verwezen naar de beschikking van deze rechtbank van 10 juni 2009.
3. Beoordeling van het verzochte
3.1. Bij beschikking van 10 juni 2009 is de behandeling van de zaak aangehouden, teneinde de officier van justitie en de ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeenten [woonplaats 2] en [woonplaats 1] in de gelegenheid te stellen om zich nader schriftelijk uit te laten.
3.2. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 2] heeft zich op het standpunt gesteld dat de nationaliteit van de kinderen onbekend is. Dit brengt met zich dat de ambtenaar van de burgerlijke stand niet weet welk recht bij de vaststelling van de naam van de kinderen moet worden toegepast. Op grond van artikel 5 van Pro de Wet Conflictenrecht Namen dient in dit geval het Nederlandse recht te worden toegepast. Het Nederlandse recht kent de namenreeks – die de vader van de kinderen heeft – niet, waardoor bij de kinderen
“-“ wordt vermeld als geslachtsnaam in de geboorteakte. Om deze onwenselijke situatie te voorkomen, kan voor de kinderen een voorlopige geslachtsnaam worden opgenomen in de geboorteakte. Deze voorlopige geslachtsnaam kan later bij een Koninklijk Besluit ex artikel 1:7 lid 2 BW Pro of bij naturalisatie van de vader worden omgezet in een definitieve geslachtsnaam, aldus de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 2].
3.3. De officier van justitie heeft het inleidende verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht om de kinderen niet met een voor- en geslachtsnaam te registreren, maar met de namen ‘[naam kind 1]’ respectievelijk ‘[naam kind 2]’.
3.4. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 1] is van mening dat van de vermoedelijke nationaliteit van de kinderen moet worden uitgegaan. Bij de vaststelling van de namen van de kinderen dient derhalve het Soedanese namenrecht te worden toegepast. Zij adviseert daarom om de kinderen met een namenreeks te registreren.
3.5. Ter zitting van 14 januari 2010 heeft de moeder haar voorkeur uitgesproken voor de registratie van de namen van de kinderen met zowel een voor- als een geslachtsnaam, aangezien dit gebruikelijk is in de Nederlandse samenleving.
3.6. De rechtbank overweegt, gelet op hetgeen de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 2] hieromtrent heeft overwogen, dat het Nederlandse recht van toepassing op de vaststelling van de namen van de kinderen. Het wordt echter niet in het belang van de kinderen geacht dat zij zonder geslachtsnaam worden geregistreerd. De rechtbank acht de vaststelling van een voorlopige (voor- en) geslachtsnaam, naar analogie van artikel 1:5 lid 10 van Pro het Burgerlijk Wetboek, meer in het belang van de kinderen en zal hiertoe dan ook overgaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze voorlopige verbetering een termijn te verbinden, aangezien de moeder ter terechtzitting heeft verklaard dat zij en haar echtgenoot voornemens zijn om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen.
3.7. De officier van justitie heeft tevens verbetering verzocht van de geboortedatum en geboorteplaats van de moeder in de geboorteakte van [kind 1] van ‘[1976] te [geboorteplaats 1], Soedan’ in ‘[1976] te [geboorteplaats 2], Soedan’. Daarnaast is verbetering verzocht van de geslachtsnamen van de ouders in de aktes van geboorte van [kind 1] en [kind 2], zodat zij beiden met een naamsketen geregistreerd worden. Voor de vader wordt dit ‘[naam vader]’ en voor de moeder [naam moeder]’.
3.8. Met betrekking tot de verzoeken zoals weergegeven onder 3.3. is voldaan aan het vereiste voor het verbeteren van misslagen in voormelde aktes, zoals bedoeld in artikel 1:24 lid 1 BW Pro. De rechtbank zal deze verzoeken derhalve toewijzen.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 1] om te verbeteren de geboorteakte met nummer [nummer] betreffende de minderjarige [kind 1], ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats 1] van het jaar 2006, op navolgende wijze:
De geslachtsnaam van het kind komt voorlopig te luiden : [achternaam]
De voornaam van het kind komt voorlopig te luiden : [kind 1]
Naam vader : [naam vader]
Naam moeder : [naam moeder]
Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats 2], Soedan
Dag van geboorte moeder : [1976]
4.2. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats 2] om te verbeteren de geboorteakte met nummer [nummer] betreffende de minderjarige [kind 2], ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats 2] van het jaar 2008, op navolgende wijze:
De geslachtsnaam van het kind komt voorlopig te luiden : [achternaam]
De voornaam van het kind komt voorlopig te luiden : [kind 2]
Naam vader : [naam vader]
Naam moeder : [naam moeder]
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2010.?