ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3092
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer na verkeersongeval
De zaak betreft het beroep van verzoeker tegen het besluit van het CBR om hem een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op te leggen naar aanleiding van een verkeersongeval op 14 september 2009. Verzoeker betwistte de feiten en de snelheid waarmee hij reed, evenals het maken van wheely’s, en stelde dat hij slachtoffer was van het rijgedrag van een andere motorrijder.
De rechtbank overwoog dat het CBR terecht een EMG oplegde omdat uit getuigenverklaringen bleek dat verzoeker onvoldoende anticipeerde op het gedrag van andere weggebruikers en met een niet aangepaste snelheid reed. De verklaringen waren consistent en voldoende om het besluit te dragen, ondanks het ontbreken van technisch bewijs zoals remsporen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker samen met een andere motorrijder reed die ten val kwam na het maken van een wheely, waarna verzoeker ook ten val kwam omdat hij niet tijdig kon uitwijken. Het maken van wheely’s speelde een rol, maar was niet doorslaggevend. De rechtbank concludeerde dat het besluit van het CBR niet op onjuiste gronden was genomen en wees het beroep af.
Daarnaast werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de beslissing in de hoofdzaak geen aanleiding gaf tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.