ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1916
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht over scheurvorming en oorzaak verzakking woning na kelderafgraving
In deze civiele zaak staat de oorzaak van verzakking van een woning centraal. De rechtbank heeft het deskundigenrapport van de heer J. van der Sluis beoordeeld, waarin geconcludeerd wordt dat de verzakking hoofdzakelijk is veroorzaakt door de ontgraving van een kelder in 1972. De deskundige stelt dat het probleem kort na de afgraving zichtbaar had moeten zijn door kleine scheurtjes, en dat het onwaarschijnlijk is dat deze pas na 30 jaar zijn ontstaan.
Eiser betwist dit en stelt dat er vóór 2004 geen scheuren zichtbaar waren, wat zou duiden op een andere oorzaak, namelijk water. De deskundige erkent dat als bewezen wordt dat er vóór 2004 geen scheuren waren, zijn conclusies anders zouden zijn en het water als oorzaak overblijft. De rechtbank wijst erop dat de bewijslast voor het ontbreken van scheuren vóór 2004 bij eiser ligt.
De rechtbank draagt eiser daarom op dit te bewijzen, hetzij door getuigenverklaringen, hetzij door andere bewijsmiddelen. De procedurele stappen voor het leveren van bewijs en het plannen van getuigenverhoor zijn vastgesteld. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Eiser wordt opgedragen te bewijzen dat er vóór 2004 geen scheuren zichtbaar waren in de woning; verdere beslissing wordt aangehouden.