ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0624
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring van recht inzake schenking bij verkoop woning tussen familieleden
Eiseres vorderde een verklaring van recht dat de verkoop van de woning door haar moeder aan haar zus en diens partner neerkomt op een schenking van elk EUR 65.000,-. Zij wilde dit vooraf laten vaststellen om haar legitieme portie na het overlijden van haar moeder te beschermen en haar bewijsrisico's te verminderen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen partij is bij de geschilrelatie tussen haar moeder en haar zus en diens partner, zodat zij niet als onmiddellijk betrokkene in de zin van artikel 3:302 BW Pro kan worden aangemerkt. Tevens ontbrak het aan een reëel belang bij de gevorderde verklaring van recht, omdat het vorderingsrecht op de legitieme portie pas na het overlijden van de moeder ontstaat en onzeker is of eiseres dit recht zal verkrijgen.
Ook het argument dat het bewijsrisico verminderd zou worden door nu een verklaring van recht te verkrijgen, werd niet aanvaard. De rechtbank wees de vordering af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens gebrek aan onmiddellijk belang en toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen.