ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0028
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming betalingsverplichting van 40.000 euro in zakelijke samenwerking
In deze zaak staat de nakoming van een betalingsverplichting centraal die voortvloeit uit een overeenkomst tussen eiser en gedaagde over de toetreding tot een garagebedrijf. De rechtbank heroverweegt een eerder tussenvonnis en concludeert dat partijen later overeenkwamen dat gedaagde 40.000 euro aan eiser zou betalen in 2007, en niet uiterlijk 1 januari 2007 zoals aanvankelijk aangenomen.
Gedaagde voert aan dat het bedrag reeds door zijn vader aan eiser is betaald, maar slaagt er niet in dit te bewijzen. Getuigenverklaringen zijn tegenstrijdig en er ontbreekt ondersteunend bewijs zoals een kwitantie. De rechtbank acht de stelling van gedaagde onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van 40.000 euro aan eiser, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 september 2008. Tevens worden beslagkosten en proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van 40.000 euro aan eiser met wettelijke rente en kosten.