Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten in conventie en reconventie
Zekerheidstelling/vestiging pandrecht
(lees: [gedaagde sub 1] , de voorzieningenrechter)van schuldenaar
(lees: de failliet, de voorzieningenrechter)te vorderen heeft of te eniger tijd te vorderen mocht hebben uit hoofde van verstrekte en/ofte verstrekken geldleningen, verleende en/ofte verlenen kredieten, of uit welke andere hoofde ook,
Voorwaarden pandrecht
.(... ) indien het faillissement of surséance van betaling van schuldenaar wordt gevraagd (... ), is schuldeiser bevoegd te vorderen dat de verpande zaken in zijn macht of die van een derde wordt gebracht.
VERPANDING DEBITEUREN
Verpanding
(lees: [de failliet]B.V.,
3.De vorderingen in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie
5Fw bestaat het vermoeden dat sprake is van wetenschap van benadeling van de schuldeisers aan de zijde van zowel de vennootschap als [gedaagde sub 1] . Tussen de aflossing van de vordering in rekening-courant (8 december 2009) en het uitspreken van het faillissement (19 maart 2010) is immers een periode van minder dan één jaar gelegen, namelijk een periode van ruim 3 maanden en het gaat hier om een rechtshandeling die door schuldenaar die rechtspersoon is (de vennootschap/de failliet), is verricht met of jegens een andere rechtspersoon ( [gedaagde sub 1] ), terwijl [gedaagde sub 1] bestuurder was van de schuldenaar (de vennootschap/de failliet). Het is echter zoals al in punt 4.7.2. is overwogen zeker niet uitgesloten dat [gedaagde sub 1] in de bodemprocedure erin slaagt om dit wettelijke vermoeden te ontzenuwen door daar tegenbewijs tegen te leveren. Voor de motivering daarvan wordt verwezen naar wat daarover in punt 4.7.2. is vermeld.