ECLI:NL:RBUTR:2009:BM7321
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboetes waterschapsbelasting verontreinigingsheffing
Verzoekster, een onderneming gevestigd te [woonplaats], kreeg voor de jaren 2004 tot en met 2007 navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wegens te lage aangiften verontreinigingsheffing oppervlaktewater. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg schorsing van de aanslagen en boetes.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen onjuist waren. Verweerder mocht de vervuilingseenheden schattenderwijs vaststellen vanwege onvoldoende gegevens en had terecht navorderingsaanslagen opgelegd. Wel was sprake van opzet of grove schuld van verzoekster, aangezien zij zich bewust moest zijn van de onjuistheden.
De vergrijpboetes van 100% werden echter geschorst omdat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze maximale boetes passend en geboden waren, in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter wees de verzoeken om schorsing van de aanslagen af, maar kende schorsing toe voor de boetes tot zes weken na de uitspraak op bezwaar. Tevens werden proceskosten aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen worden gehandhaafd, maar de opgelegde vergrijpboetes worden geschorst wegens onvoldoende motivering.